Gedichten van Yunus Emre: acht volledige gedichten in het Turks en Nederlands
Acht van zijn gedichten in het Turks van de oude handschriften, met uitspraakhulp en onze Nederlandse vertaling. Ook: zijn geliefde woorden, zijn legenden en zijn vele graven.
Inhoudsopgave

Yunus Emre stierf rond 1320. Sindsdien worden zijn hymnen van Anatolië tot op de Balkan gezongen. Hier vind je acht van zijn gedichten in hun geheel, in het Turks van de oudste handschriften, met uitspraakhulp bij elke regel en onze eigen Nederlandse vertaling. Daarna volgen de woorden waarnaar hij telkens terugkeerde, de legenden over zijn leven en de elf plaatsen die elk beweren dat zijn graf bij hen ligt.
In het kort
Een derwisj die in eenvoudig Turks schreef.
- Wie: een soefidichter uit Centraal-Anatolië die in 1320–21 stierf, volgens de enige gedateerde aantekening over zijn leven. Bijna al het andere is legende.
- Begin met: ‘Işkun aldı benden beni (Alleen jij) en het gedicht met “kom, laten we elkaar leren kennen”.
- Lees ze helemaal: hieronder staan acht gedichten uit de kritische editie van Mustafa Tatcı, met uitspraakhulp en onze Nederlandse vertaling, regel voor regel.
- Let op: “Yaratılanı severiz, Yaratandan ötürü” wordt overal aan hem toegeschreven, maar staat niet tussen de 417 gedichten in die editie.
- Zijn graf: elf plaatsen in Turkije eisen het op. De oudste bronnen wijzen naar Sarıköy, nu Yunusemre, in Eskişehir.
De gedichten, in hun geheel
Kies een gedicht op thema. Bij elke regel staan het Turks zoals het in de editie staat, uitspraakhulp voor Nederlandse lezers en onze Nederlandse vertaling. Schakel de lagen uit die je niet nodig hebt. Druk op Luisteren om het Turks te horen, als je apparaat een Turkse stem heeft.
Liefde · gedicht 381
‘Işkun aldı benden beni Alleen jij
Zijn bekendste liefdesgedicht: elke strofe keert terug naar dezelfde regel, zoals in een hymne.
‘Işkun aldı benden beniuhsj-koen al-duh ben-den be-niJe liefde heeft mij aan mezelf ontnomen:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Ben yanaram düni güniben ja-na-ram duu-ni guu-niIk brand bij nacht en dag:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Ne varlıga sevinüremne var-luh-ga se-vi-nuu-remBezit maakt mij niet blij,
Ne yokluga yirinüremne jok-loe-ga ji-ri-nuu-remgebrek maakt mij niet bedroefd;
‘Işkunıla avınuramuhsj-koe-nuh-la a-vuh-noe-ramje liefde is al mijn troost:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
‘Işkun ‘âşıklar öldürüruhsj-koen aa-sjuhk-lar eul-duu-ruurJe liefde doodt wie liefhebben,
‘Işk denizine taldururuhsjk de-ni-zi-ne tal-doe-roerdompelt hen onder in de zee van liefde
Tecellîyile toldururte-dzjel-lie-ji-le tol-doe-roeren vervult hen wanneer je je openbaart:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
‘Işkun zencîrini üzemuhsj-koen zen-dzjie-ri-ni uu-zemLaat mij de keten van je liefde verbreken,
Delü olam taga düşemde-luu o-lam ta-ga duu-sjemwaanzinnig worden en de bergen in trekken;
Sensin dün ü gün endîşemsen-sin duun uu guun en-die-sjemdag en nacht ben jij mijn enige gedachte:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Eger beni öldürelere-ger be-ni eul-duu-re-lerAls ze mij doden
Külüm göge savuralarkuu-luum geu-ge sa-voe-ra-laren mijn as in de lucht verstrooien,
Topragum anda çaguratop-ra-goem an-da tsja-goe-razal mijn stof daarboven roepen:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Sûfîlere sohbet gereksoe-fie-le-re soh-bet ge-rekSoefi’s hebben hun bijeenkomsten nodig,
Ahîlere âhret gereka-hie-le-re aah-ret ge-rekAhi-broeders hebben het hiernamaals nodig,
Mecnûn'lara Leylâ gerekmedzj-noen-la-ra lej-laa ge-rekelke Mecnun heeft zijn Leyla nodig:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Ne Tamu'da yir eyledümne ta-moe-da jir ej-le-duumIk heb geen thuis in de hel gemaakt,
Ne Uçmak'da köşk bagladumne oetsj-mak-da keusjk bag-la-doemgeen paleis in het paradijs gebouwd;
Senün içün çok agladumse-nuun i-tsjuun tsjok ag-la-doemik heb zoveel om je gehuild:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Cennet Cennet didükleridzjen-net dzjen-net di-duuk-le-riHet paradijs waar ze steeds over praten
Bir ev ile bir kaç Hûrîbir ev i-le bir katsj hoe-rieis een huis en een paar hoeri’s;
İsteyene virgil anıis-te-je-ne vir-gil a-nuhgeef het aan wie het wil:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Yûsuf eger hayâlünijoe-soef e-ger ha-jaa-luu-niAls Jozef je beeltenis had gezien
Düşde göreydi bir giceduusj-de geu-rej-di bir gi-dzjeop een nacht in een droom,
Terk ideyidi mülklerinterk i-de-ji-di muulk-le-rinzou hij zijn koninkrijken hebben verlaten:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Yûnus çagururlar adumjoe-noes tsja-goe-roer-lar a-doemZe noemen mij Yunus;
Gün geçdükçe artar odumguun getsj-duuk-tsje ar-tar o-doemmijn vuur groeit met de dag.
İki cihânda maksûdumi-ki dzji-haan-da mak-soe-doemAl wat ik in beide werelden verlang:
Bana seni gerek seniba-na se-ni ge-rek se-nijou heb ik nodig, alleen jou.
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 381, met de daarin vermelde afschriften: F. 201b, T. 86b, NO. 186a, HB. 13a, YE. 90a, Ç. 82a, A. 28. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
Vriendschap · gedicht 103
Hak cihâna toludur kimsene Hakk'ı bilmez God vervult de wereld
Het gedicht met “kom, laten we elkaar leren kennen”, de regel die het Yunus Emre-instituut als motto koos.
Hak cihâna toludur kimsene Hakk'ı bilmezhak dzji-haa-na to-loe-doer kim-se-ne hak-kuh bil-mezGod vervult de wereld, maar niemand kent God.
Anı sen senden iste o senden ayru olmaza-nuh sen sen-den is-te o sen-den aj-roe ol-mazZoek hem in jezelf: hij is nooit van je gescheiden.
Dünyâyı inanursın rızka benümdür dirsinduun-jaa-juh i-na-noer-suhn ruhz-ka be-nuum-duur dir-sinJe vertrouwt op de wereld en zegt “dit brood is van mij”.
Niçün yalan söylersin çün hîç didügün olmazni-tsjuun ja-lan seuj-ler-sin tsjuun hietsj di-duu-guun ol-mazWaarom lieg je, als niets van wat je zegt uitkomt?
Âhret yavlak ırakdur togrulık key yarakduraah-ret jav-lak uh-rak-doer tog-roe-luhk kej ja-rak-doerHet hiernamaals is heel ver; oprechtheid is de proviand voor onderweg.
Ayrulık sarp firâkdur hîç giden girü gelmezaj-roe-luhk sarp fi-raak-doer hietsj gi-den gi-ruu gel-mezAfscheid is een zwaar afscheid: niemand die gaat, komt ooit terug.
Dünyâya gelen göçer bir bir şerbetin içerduun-jaa-ja ge-len geu-tsjer bir bir sjer-be-tin i-tsjerWie ter wereld komt, trekt verder; één voor één drinken zij de beker.
Bu bir köpridür geçer câhiller anı bilmezboe bir keup-ri-duur ge-tsjer dzjaa-hil-ler a-nuh bil-mezHet is een brug die je oversteekt: de onwetenden beseffen het niet.
Gelün tanşuk idelüm işi kolay tutalumge-luun tan-sjoek i-de-luum i-sji ko-laj toe-ta-loemKom, laten we elkaar leren kennen, laten we het elkaar gemakkelijk maken.
Sevelüm sevilelüm dünyâ kimseye kalmazse-ve-luum se-vi-le-luum duun-jaa kim-se-je kal-mazLaten we liefhebben en geliefd zijn: de wereld blijft niemand toebehoren.
Yûnus sözin anlarsan söz ma'nîsin dinlersenjoe-noes seu-zin an-lar-san seuz ma-nie-sin din-ler-senAls je begrijpt wat Yunus zegt, als je luistert naar de betekenis,
Sana bir ‘amel gerek bunda kimsene kalmazsa-na bir a-mel ge-rek boen-da kim-se-ne kal-mazheb je goede daden nodig: niemand blijft hier.
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 103, met de daarin vermelde afschriften: F. 95b, T. 24b, NO. 192b, A. 9. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
Kennis · gedicht 91
‘İlim ‘ilim bilmekdür ‘ilim kendin bilmekdür Jezelf kennen
Lezen is niets waard als je jezelf niet kent; één hart is meer waard dan duizend bedevaarten.
‘İlim ‘ilim bilmekdür ‘ilim kendin bilmekdüri-lim i-lim bil-mek-duur i-lim ken-din bil-mek-duurKennis betekent weten; kennis betekent jezelf kennen.
Sen kendüni bilmezsin yâ niçe okumakdursen ken-duu-ni bil-mez-sin jaa ni-tsje o-koe-mak-doerAls je jezelf niet kent, waar dient al je lezen dan voor?
Okumakdan ma'nî ne kişi Hakk'ı bilmekdüro-koe-mak-dan ma-nie ne ki-sji hak-kuh bil-mek-duurWat is het doel van lezen? God kennen.
Çün okudun bilmezsin hâ bir kurı emekdürtsjuun o-koe-doen bil-mez-sin haa bir koe-ruh e-mek-duurAls je hebt gelezen en nog niet weet, is het vergeefse moeite.
Okıdum bildüm dime çok tâ‘at kıldum dimeo-kuh-doem bil-duum di-me tsjok taa-at kuhl-doem di-meZeg niet “ik heb gelezen, ik weet”; zeg niet “ik heb zoveel gebeden”.
Eri Hak bilmezisen ‘abes yire yilmekdüre-ri hak bil-me-zi-sen a-bes ji-re jil-mek-duurAls je de ware vrienden van God niet herkent, ren je voor niets.
Dört kitâbun ma'nîsi bellüdür bir elifdedeurt ki-taa-boen ma-nie-si bel-luu-duur bir e-lif-deDe betekenis van de vier heilige boeken ligt besloten in één letter, alif.
Sen elif dirsün hoca ma‘nîsi ne dimekdürsen e-lif dir-suun ho-dzja ma-nie-si ne di-mek-duurJe zegt “alif”, leraar: wat betekent het?
Yûnus Emre dir hoca gerekse var bin haccajoe-noes em-re dir ho-dzja ge-rek-se var bin hadzj-dzjaYunus Emre zegt, leraar: ga gerust duizendmaal op bedevaart;
Hepisinden eyüce bir gönüle girmekdürhe-pi-sin-den e-juu-dzje bir geu-nuu-le gir-mek-duurbeter dan al die reizen is de weg naar één hart te vinden.
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 91, met de daarin vermelde afschriften: Rt. 15a. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
Het hart · gedicht 166
Bir kez gönül yıkdunısa bu kıldugun namâz degül Eén gebroken hart
Bidden betekent niets als je een hart hebt gebroken. Eén goede daad telt voor duizend.
Bir kez gönül yıkdunısa bu kıldugun namâz degülbir kez geu-nuul juhk-doe-nuh-sa boe kuhl-doe-goen na-maaz de-guulAls je ook maar één keer een hart hebt gebroken, is dit gebed van jou geen gebed;
Yitmiş iki millet dahı elin yüzin yumaz degüljit-misj i-ki mil-let da-huh e-lin juu-zin joe-maz de-guulzelfs alle tweeënzeventig volkeren kunnen je handen en gezicht niet schoonwassen.
Erenler gelüp geçdiler dünyâyı koyup göçdilere-ren-ler ge-luup getsj-di-ler duun-jaa-juh ko-joep geutsj-di-lerDe heiligen kwamen en gingen; ze lieten de wereld achter en trokken verder.
Havâya agup uçdılar bular hümâdur kaz degülha-vaa-ja a-goep oetsj-duh-lar boe-lar huu-maa-doer kaz de-guulZe stegen op en vlogen: het zijn geluksvogels, geen ganzen.
Cân odur kim Hak'a ire ayak odur yola giredzjaan o-doer kim ha-ka i-re a-jak o-doer jo-la gi-reEen ziel is een ziel die God bereikt; een voet is een voet die op weg gaat.
Er oldur alçakda tura yüksekden bakan göz degüler ol-doer al-tsjak-da toe-ra juuk-sek-den ba-kan geuz de-guulEen waar mens stelt zich nederig op, geen oog dat vanuit de hoogte neerkijkt.
Münkir ile müdde'îyi sayma buçuga koyanımuun-kir i-le muud-de-ie-ji saj-ma boe-tsjoe-ga ko-ja-nuhTel de ontkenners en de huichelaars niet eens voor de helft mee,
Git ahûra tak buları her kim (ki) 'âşık-bâz degülgit a-hoe-ra tak boe-la-ruh her kim ki aa-sjuhk baaz de-guulga en bind hen vast in de stal, allen die niet liefhebben.
Togrı yola gitdünise er etegin tutdunısatog-ruh jo-la git-duu-ni-se er e-te-gin toet-doe-nuh-saAls je het rechte pad hebt gevolgd en de zoom van een goed mens hebt vastgehouden,
Bir hayır da itdünise birine bindür az degülbir ha-juhr da it-duu-ni-se bi-ri-ne bin-duur az de-guulen ook maar één goede daad hebt gedaan, telt die voor duizend, dat is niet weinig.
Yûnus bu sözleri çatar sanki balı yaga katarjoe-noes boe seuz-le-ri tsja-tar san-ki ba-luh ja-ga ka-tarYunus rijgt deze woorden aaneen alsof hij honing met boter mengt;
Halka metâ‘ların satar yüki güherdüz tuz degülhal-ka me-taa-la-ruhn sa-tar juu-ki guu-her-duuz toez de-guulhij verkoopt zijn waren aan de mensen, en zijn lading bestaat uit juwelen, geen zout.
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 166, met de daarin vermelde afschriften: YE. 54a, A. 12. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
Woorden · gedicht 102
Keleci bilen kişinün yüzini ag ide bir söz Een woord
Zeven tweeregelige strofen over wat één woord kan doen: een oorlog beëindigen, een hoofd kosten, gif in honing veranderen.
Keleci bilen kişinün yüzini ag ide bir sözke-le-dzji bi-len ki-sji-nuun juu-zi-ni ag i-de bir seuzEen woord kan het gezicht laten stralen van wie goed weet te spreken;
Sözi bişürüp diyenün işini sag ide bir sözseu-zi bi-sjuu-ruup di-je-nuun i-sji-ni sag i-de bir seuzeen woord kan het werk doen slagen van wie zijn woorden gaart voordat hij spreekt.
Söz ola kese savaşı söz ola bitüre başıseuz o-la ke-se sa-va-sjuh seuz o-la bi-tuu-re ba-sjuhEen woord kan een oorlog beëindigen, een woord kan een hoofd kosten;
Söz ola agulu aşı balıla yag ide bir sözseuz o-la a-goe-loe a-sjuh ba-luh-la jag i-de bir seuzeen woord kan een vergiftigde maaltijd in honing en boter veranderen.
Kelecilerün bişürgil yaramazunı şeşürgilke-le-dzji-le-ruun bi-sjuur-gil ja-ra-ma-zoe-nuh sje-sjuur-gilLaat je woorden garen en ontrafel en schrap de nutteloze;
Sözün usıla düşürgil dimegil çag ide bir sözseu-zuun oe-suh-la duu-sjuur-gil di-me-gil tsjag i-de bir seuzweeg je woorden met verstand en spreek nooit een woord op het verkeerde moment.
Gel ahî iy şehriyâri sözümüzi dinle bârigel a-hie ij sjeh-ri-jaa-ri seu-zuu-muu-zi din-le baa-riKom, broeder, mijn vorst, luister toch naar wat we zeggen:
Hezâr gevher ü dînârı kara toprag ide bir sözhe-zaar gev-her uu die-naa-ruh ka-ra top-rag i-de bir seuzeen woord kan duizend juwelen en gouden munten in zwarte aarde veranderen.
Kişi bile söz demini dimeye sözün keminiki-sji bi-le seuz de-mi-ni di-me-je seu-zuun ke-mi-niLaat een mens weten wanneer hij moet spreken en nooit iets kwaads zeggen;
Bu cihân Cehennem'ini sekiz uçmag ide bir sözboe dzji-haan dzje-hen-ne-mi-ni se-kiz oetsj-mag i-de bir seuzeen woord kan de hel van deze wereld in de acht paradijzen veranderen.
Yüri yüri yolunıla gâfil olma bilünilejuu-ri juu-ri jo-loe-nuh-la gaa-fil ol-ma bi-luu-ni-leGa voort, blijf op je pad en bewaak de verlangens van je lichaam;
Key sakın key dilünile cânına dâg ide bir sözkej sa-kuhn kej di-luu-ni-le dzjaa-nuh-na daag i-de bir seuzen bewaak, bewaak vooral je tong: een woord kan je ziel brandmerken.
Yûnus imdi söz yatından söyle sözi gâyetindenjoe-noes im-di seuz ja-tuhn-dan seuj-le seu-zi gaa-je-tin-denYunus, spreek nu zoals een woord gesproken hoort te worden en spreek het tot het einde uit;
Key sakın o şeh katından seni ırag ide bir sözkej sa-kuhn o sjeh ka-tuhn-dan se-ni uh-rag i-de bir seuzwees zeer voorzichtig: een woord kan je ver van die Koning verwijderen.
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 102, met de daarin vermelde afschriften: F. 94b, T. 24a, YE. 42b, DAY. 75. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
Verlangen · gedicht 270
Taşdun yine deli gönül sular gibi çaglar mısın Dwaas hart
Een reiziger ver van huis spreekt tot zijn eigen hart, zijn tranen, de besneeuwde bergen en de wolken.
Taşdun yine deli gönül sular gibi çaglar mısıntasj-doen ji-ne de-li geu-nuul soe-lar gi-bi tsjag-lar muh-suhnJe bent weer overgestroomd, dwaas hart: zul je bruisen als de rivieren?
Akdun yine kanlu yaşum yollarumı baglar mısınak-doen ji-ne kan-loe ja-sjoem jol-la-roe-muh bag-lar muh-suhnJullie stromen weer, mijn bloedige tranen: zullen jullie mijn wegen versperren?
N'idem elüm irmez yâre bulınmaz derdüme çâreni-dem e-luum ir-mez jaa-re boe-luhn-maz der-duu-me tsjaa-reWat kan ik doen? Mijn hand kan de geliefde niet bereiken, er is geen remedie voor mijn pijn;
Oldum ilümden âvâre beni bunda egler misinol-doem i-luum-den aa-vaa-re be-ni boen-da eg-ler mi-sinIk ben een zwerver geworden, ver van mijn land: houd je mij hier?
Yavu kıldım ben yoldaşı onulmaz bagrumun başıja-voe kuhl-duhm ben jol-da-sjuh o-noel-maz bag-roe-moen ba-sjuhIk ben mijn metgezel kwijt, de wond in mijn hart geneest niet;
Gözlerümün kanlu yaşı ırmag olup çaglar mısıngeuz-le-ruu-muun kan-loe ja-sjuh uhr-mag o-loep tsjag-lar muh-suhnbloedige tranen van mijn ogen, zullen jullie een rivier worden en bruisen?
Ben toprak oldum yoluna sen aşuru gözedürsinben top-rak ol-doem jo-loe-na sen a-sjoe-roe geu-ze-duur-sinIk ben stof geworden op je weg, en jij kijkt van verre toe;
Şu karşuma gögüs gerüp taş bagırlu taglar mısınsjoe kar-sjoe-ma geu-guus ge-ruup tasj ba-guhr-loe tag-lar muh-suhnbergen met stenen harten, gaan jullie mij met vooruitgestoken borst in de weg staan?
Harâmî gibi yoluma arkurı inen karlu tagha-raa-mie gi-bi jo-loe-ma ar-koe-ruh i-nen kar-loe tagBesneeuwde berg, die als een rover dwars op mijn weg ligt,
Ben yârümden ayru düşdüm sen yolumı baglar mısınben jaa-ruum-den aj-roe duusj-duum sen jo-loe-muh bag-lar muh-suhnik ben gescheiden van mijn geliefde: ga je mijn weg versperren?
Karlu taglarun başında salkım salkım olan bulutkar-loe tag-la-roen ba-sjuhn-da sal-kuhm sal-kuhm o-lan boe-loetWolken die in trossen boven de besneeuwde toppen hangen,
Saçun çözüp benüm içün yaşın yaşın aglar mısınsa-tsjoen tsjeu-zuup be-nuum i-tsjuun ja-sjuhn ja-sjuhn ag-lar muh-suhnzullen jullie je haren losmaken en stromen tranen om mij huilen?
Esridi Yûnus'un cânı yoldayım illerüm kanıes-ri-di joe-noe-soen dzjaa-nuh jol-da-juhm il-le-ruum ka-nuhDe ziel van Yunus is in vervoering: ik ben onderweg, waar is mijn vaderland?
Yûnus düşde gördi seni sayru mısın saglar mısınjoe-noes duusj-de geur-di se-ni saj-roe muh-suhn sag-lar muh-suhnYunus zag je in een droom: ben je ziek, ben je gezond?
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 270, met de daarin vermelde afschriften: RY. (Mecmûa) 46a. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
Dood · gedicht 74
Sabâhın sinlere vardum gördüm cümle ölmiş yatur Bij de graven bij dageraad
Bij het ochtendgloren loopt hij tussen de graven en kijkt naar de doden: ook onze beurt komt.
Sabâhın sinlere vardum gördüm cümle ölmiş yatursa-baa-huhn sin-le-re var-doem geur-duum dzjuum-le eul-misj ja-toerBij het ochtendgloren ging ik naar de graven en zag hen allen dood liggen;
Her biri bî-çâre olup ‘ömrin yavı kılmış yaturher bi-ri bie tsjaa-re o-loep eum-rin ja-vuh kuhl-muhsj ja-toerieder ligt daar hulpeloos, zijn leven verloren.
Vardum bunlarun katına bakdum ecel heybetinevar-doem boen-la-roen ka-tuh-na bak-doem e-dzjel hej-be-ti-neIk ging tussen hen staan en zag het ontzagwekkende gezicht van de dood:
Niçe yigit murâdına irememiş ölmiş yaturni-tsje ji-git moe-raa-duh-na i-re-me-misj eul-misj ja-toerhoeveel jonge mannen liggen er dood die hun wensen nooit vervuld zagen.
Yimiş kurd kuş bunı keler niçelerün bagrın delerji-misj koerd koesj boe-nuh ke-ler ni-tsje-le-ruun bag-ruhn de-lerWormen, vogels en hagedissen hebben hen opgegeten; ze doorboren de borst van velen;
Şol ufacık nâ-resteler gül gibice solmış yatursjol oe-fa-dzjuhk naa res-te-ler guul gi-bi-dzje sol-muhsj ja-toerde kleine kinderen liggen er verwelkt als rozen.
Topraga düşmiş tenleri Hakk'a ulaşmış cânlarıtop-ra-ga duusj-misj ten-le-ri hak-ka oe-lasj-muhsj dzjaan-la-ruhHun lichamen zijn tot aarde vervallen, hun zielen zijn naar God gegaan;
Görmez misin sen bunları nevbet bize gelmiş yaturgeur-mez mi-sin sen boen-la-ruh nev-bet bi-ze gel-misj ja-toerzie je hen niet? Daar liggen ze: onze beurt is gekomen.
Esilmiş incü dişleri dökilmiş saru saçlarıe-sil-misj in-dzjuu disj-le-ri deu-kil-misj sa-roe satsj-la-ruhHun parelwitte tanden zijn uitgevallen, hun blonde haar is vergaan;
Bitmiş kamu teşvişleri Hak varlıgın almış yaturbit-misj ka-moe tesj-visj-le-ri hak var-luh-guhn al-muhsj ja-toeral hun zorgen zijn voorbij: God heeft hun bestaan teruggenomen.
Gitmiş gözünün karası hîç işi yokdur turasıgit-misj geu-zuu-nuun ka-ra-suh hietsj i-sji jok-doer toe-ra-suhHet zwart van hun ogen is verdwenen, er is niets meer waarvoor ze kunnen blijven;
Kefen bizinün pâresi sünüge sarılmış yaturke-fen bi-zi-nuun paa-re-si suu-nuu-ge sa-ruhl-muhsj ja-toereen strook van hun lijkwade ligt om hun botten gewikkeld.
Yûnus ‘âkilisen bunda mülke sûret bezemegiljoe-noes aa-ki-li-sen boen-da muul-ke soe-ret be-ze-me-gilYunus, als je wijs bent, verfraai dan je bezit hier niet:
Mülke sûret bezeyenler kara toprak olmış yaturmuul-ke soe-ret be-ze-jen-ler ka-ra top-rak ol-muhsj ja-toerwie hun bezit verfraaiden, liggen hier, tot zwarte aarde vergaan.
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 74, met de daarin vermelde afschriften: RY. 16b, YE. 39a, B. 54a, A. 4. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
Raadsel · gedicht 407
Çıkdum erik talına anda yidüm üzümi Ik klom in een pruimenboom
Zijn beroemde onzingedicht: een vis boven in een populier, een vlieg die een adelaar vloert. Soefileraren schreven hele boeken over de betekenis ervan.
Çıkdum erik talına anda yidüm üzümitsjuhk-doem e-rik ta-luh-na an-da ji-duum uu-zuu-miIk klom in een pruimenboom en at daarboven druiven;
Bostân ıssı kakıyup dir ne yirsün kozumıbos-taan uhs-suh ka-kuh-joep dir ne jir-suun ko-zoe-muhde eigenaar van de boomgaard werd boos: “Waarom eet je mijn walnoten op?”
Kerpîç koydum kazgana poyrazıla kaynatdumker-pietsj koj-doem kaz-ga-na poj-ra-zuh-la kaj-nat-doemIk legde leemstenen in een ketel en kookte ze met de noordenwind;
Nedür diyü sorana bandum virdüm özinine-duur di-juu so-ra-na ban-doem vir-duum eu-zi-nivoor wie vroeg wat het was, schepte ik wat kookvocht op en gaf het hem.
İplik virdüm Çulhâya sarup yumak itmemişip-lik vir-duum tsjoel-haa-ja sa-roep joe-mak it-me-misjIk gaf garen aan de wever; hij heeft het nog niet eens tot een bol gewonden,
Becid becid ısmarlar gelsün alsun bezinibe-dzjid be-dzjid uhs-mar-lar gel-suun al-soen be-zi-nien steeds laat hij weten: “Kom je stof ophalen.”
Bir serçenün kanadın kırk kanluya yükletdümbir ser-tsje-nuun ka-na-duhn kuhrk kan-loe-ja juuk-let-duumIk laadde de vleugel van een mus op veertig wagens;
Çifti dahı çekmedi kaldı şöyle yazılıtsjif-ti da-huh tsjek-me-di kal-duh sjeuj-le ja-zuh-luhzelfs een span ossen kon hem niet trekken, dus bleef hij op de vlakte liggen.
Bir sinek bir kartalı kaldurup urdı yirebir si-nek bir kar-ta-luh kal-doe-roep oer-duh ji-reEen vlieg tilde een adelaar op en wierp hem op de grond;
Yalan degül gerçekdür ben de gördüm tozınıja-lan de-guul ger-tsjek-duur ben de geur-duum to-zuh-nuhhet is geen leugen, het is waar: ik zag zelf het stof opwaaien.
Balık kavaga çıkmış zift turşısın yimegeba-luhk ka-va-ga tsjuhk-muhsj zift toer-sjuh-suhn ji-me-geEen vis is in een populier geklommen om ingelegde teer te eten;
Leylek koduk togurmış bak a şunun sözinilej-lek ko-doek to-goer-muhsj bak a sjoe-noen seu-zi-nieen ooievaar heeft een ezelsveulen gebaard: hoor dat nu toch!
Bir küt ile güreşdüm elsüz ayagum aldıbir kuut i-le guu-resj-duum el-suuz a-ja-goem al-duhIk worstelde met een man zonder handen of voeten: hij pakte zonder handen mijn benen;
Güreşüp basamadum göyündürdi özümiguu-re-sjuup ba-sa-ma-doem geu-juun-duur-di eu-zuu-miik worstelde en kon hem niet vloeren; hij liet mij vanbinnen branden.
Kâf Tagı'ndan bir taşı şöyle atdılar banakaaf ta-guhn-dan bir ta-sjuh sjeuj-le at-duh-lar ba-naVanaf de berg Qaf wierpen ze een steen naar mij;
Öylelik yire düşdi bozayazdı yüzümieuj-le-lik ji-re duusj-di bo-za-jaz-duh juu-zuu-mihij viel zo hard op de grond dat hij bijna mijn gezicht verminkte.
Gözsüze fısıldadum sagır sözüm işitmişgeuz-suu-ze fuh-suhl-da-doem sa-guhr seu-zuum i-sjit-misjIk fluisterde tegen een blinde, en een dove hoorde mijn woorden;
Dilsüz çagırup söyler dilümdeki sözümidil-suuz tsja-guh-roep seuj-ler di-luum-de-ki seu-zuu-mieen man zonder tong roept de woorden die op mijn tong liggen.
Bir öküz bogazladum kakıldum sere kodumbir eu-kuuz bo-gaz-la-doem ka-kuhl-doem se-re ko-doemIk slachtte een os, droogde het vlees en spreidde het uit;
Öküz ıssı geldi eydür bogazladun kazumıeu-kuuz uhs-suh gel-di ej-duur bo-gaz-la-doen ka-zoe-muhde eigenaar van de os kwam en zei: “Je hebt mijn gans geslacht!”
Ugrulık yapdum ana bühtân eyledi banaoeg-roe-luhk jap-doem a-na buuh-taan ej-le-di ba-naIk bestal hem, en hij belasterde mij;
Bir çerçi geldi eydür kanı aldun gözgümibir tsjer-tsji gel-di ej-duur ka-nuh al-doen geuz-guu-mieen marskramer kwam en zei: “Waar is de spiegel die je van mij afpakte?”
Tosbagaya ugradum gözsüzsepek yoldaşıtos-ba-ga-ja oeg-ra-doem geuz-suuz-se-pek jol-da-sjuhIk kwam een schildpad tegen, de reisgenoot van de mol;
Sordum sefer kancaru Kayserî'ye ‘azimisor-doem se-fer kan-dzja-roe kaj-se-rie-je a-zi-miik vroeg waar hij naartoe ging: hij was op weg naar Kayseri.
Yûnus bir söz söylemiş hîç bir söze benzemezjoe-noes bir seuz seuj-le-misj hietsj bir seu-ze ben-ze-mezYunus heeft een woord gesproken dat op geen ander woord lijkt:
Münâfıklar elinden örter ma‘nî yüzinimuu-naa-fuhk-lar e-lin-den eur-ter ma-nie juu-zi-nihet verbergt het gezicht van zijn betekenis voor de huichelaars.
Turks: de kritische tekst van Mustafa Tatcı, gedicht 407, met de daarin vermelde afschriften: NO. 184, Ç. 87a, a. 26, 44, YE. 105, Niyâzî-i Mısrî, Alî Nevrekânî, Şeyhzâde Muhyiddin, İsmâil H. Bursavî, İbrahîm Hâs. Uitspraakhulp en vertaling: Turkpidya.
De spelling komt uit de editie en volgt de handschriften: ‘ışk waar het huidige Turks aşk schrijft, en lange klinkers met â, î, û. De uitspraakhulp volgt die letters, zodat ‘Işkun klinkt als “uhsj-koen”. Onze Nederlandse vertaling blijft dicht bij het Turks en rijmt niet, zodat je de twee naast elkaar kunt volgen.
De woorden waarnaar hij bleef terugkeren
Tien woorden lopen als een rode draad door zijn gedichten: liefde, het hart, de ziel, de Vriend en de andere. Tik op een kraal om te zien wat het woord voor hem betekende, in hoeveel van de 417 gedichten uit Tatcı’s editie het voorkomt en waar je het vindt in de acht gedichten hierboven.
‘ışknu aşk
Uitspraak: asjk
Liefde; voor hem vooral de liefde voor God.
‘Işkun aldı benden beni
Je liefde heeft mij aan mezelf ontnomen:
Gedicht 381: Alleen jij‘Işkunıla avınuram
je liefde is al mijn troost:
Gedicht 381: Alleen jij
gönül
Uitspraak: geu-nuul
Het hart, waar God te vinden is.
Hepisinden eyüce bir gönüle girmekdür
beter dan al die reizen is de weg naar één hart te vinden.
Gedicht 91: Jezelf kennenBir kez gönül yıkdunısa bu kıldugun namâz degül
Als je ook maar één keer een hart hebt gebroken, is dit gebed van jou geen gebed;
Gedicht 166: Eén gebroken hartTaşdun yine deli gönül sular gibi çaglar mısın
Je bent weer overgestroomd, dwaas hart: zul je bruisen als de rivieren?
Gedicht 270: Dwaas hart
cânnu can
Uitspraak: dzjan
Ziel, leven; ook “dierbare”.
Cân odur kim Hak'a ire ayak odur yola gire
Een ziel is een ziel die God bereikt; een voet is een voet die op weg gaat.
Gedicht 166: Eén gebroken hartKey sakın key dilünile cânına dâg ide bir söz
en bewaak, bewaak vooral je tong: een woord kan je ziel brandmerken.
Gedicht 102: Een woordEsridi Yûnus'un cânı yoldayım illerüm kanı
De ziel van Yunus is in vervoering: ik ben onderweg, waar is mijn vaderland?
Gedicht 270: Dwaas hartTopraga düşmiş tenleri Hakk'a ulaşmış cânları
Hun lichamen zijn tot aarde vervallen, hun zielen zijn naar God gegaan;
Gedicht 74: Bij de graven bij dageraad
dost
Uitspraak: dost
Vriend; vaak de Vriend, God.
Dosta gidenün yolı gönül içinden geçer
De weg van wie naar de Vriend gaat, loopt door het hart.
Gedicht 338 uit de editie
Hak
Uitspraak: hak
God, “de Werkelijke”.
Hak cihâna toludur kimsene Hakk'ı bilmez
God vervult de wereld, maar niemand kent God.
Gedicht 103: God vervult de wereldOkumakdan ma'nî ne kişi Hakk'ı bilmekdür
Wat is het doel van lezen? God kennen.
Gedicht 91: Jezelf kennenCân odur kim Hak'a ire ayak odur yola gire
Een ziel is een ziel die God bereikt; een voet is een voet die op weg gaat.
Gedicht 166: Eén gebroken hartTopraga düşmiş tenleri Hakk'a ulaşmış cânları
Hun lichamen zijn tot aarde vervallen, hun zielen zijn naar God gegaan;
Gedicht 74: Bij de graven bij dageraad
Çalabnu Çalap
Uitspraak: tsja-lap
Een oud Turks woord voor God.
Gönül Çalab'un tahtı gönüle Çalap bahdı
Het hart is Gods troon; God kijkt in het hart.
Gedicht 299 uit de editie
dervîşnu derviş
Uitspraak: der-visj
Een derwisj, iemand die het soefipad volgt.
Dervîşlik didükleri hırkayıla tâc degül
Wat ze derwisj-zijn noemen, is niet de mantel en de muts;
Gedicht 162 uit de editieGönlin dervîş eyleyen hırkaya muhtâc degül
wie van zijn hart een derwisj maakt, heeft geen mantel nodig.
Gedicht 162 uit de editie
söz
Uitspraak: seuz
Woord, spraak.
Yûnus sözin anlarsan söz ma'nîsin dinlersen
Als je begrijpt wat Yunus zegt, als je luistert naar de betekenis,
Gedicht 103: God vervult de wereldYûnus bu sözleri çatar sanki balı yaga katar
Yunus rijgt deze woorden aaneen alsof hij honing met boter mengt;
Gedicht 166: Eén gebroken hartKeleci bilen kişinün yüzini ag ide bir söz
Een woord kan het gezicht laten stralen van wie goed weet te spreken;
Gedicht 102: Een woordLeylek koduk togurmış bak a şunun sözini
een ooievaar heeft een ezelsveulen gebaard: hoor dat nu toch!
Gedicht 407: Ik klom in een pruimenboom
dünyânu dünya
Uitspraak: duun-ja
Deze wereld, die voorbijgaat.
Dünyâyı inanursın rızka benümdür dirsin
Je vertrouwt op de wereld en zegt “dit brood is van mij”.
Gedicht 103: God vervult de wereldErenler gelüp geçdiler dünyâyı koyup göçdiler
De heiligen kwamen en gingen; ze lieten de wereld achter en trokken verder.
Gedicht 166: Eén gebroken hart
öl-nu ölüm
Uitspraak: eu-luum
Sterven; de dood.
‘Işkun ‘âşıklar öldürür
Je liefde doodt wie liefhebben,
Gedicht 381: Alleen jijSabâhın sinlere vardum gördüm cümle ölmiş yatur
Bij het ochtendgloren ging ik naar de graven en zag hen allen dood liggen;
Gedicht 74: Bij de graven bij dageraad
Ook zijn eigen naam is een van zijn terugkerende woorden. In 411 van de 417 gedichten staat “Yûnus” in de laatste strofe, de plek waar dichters uit zijn traditie hun werk ondertekenden. In de acht gedichten hierboven doet hij dat door te spreken: tot zichzelf (“Yunus, als je wijs bent…”), tot een leraar of over zijn eigen woorden.
Een leven verteld in legenden
Bijna alles wat over zijn leven wordt verteld, komt uit legenden die zo’n twee eeuwen na zijn dood zijn opgeschreven. Hier staan ze op volgorde, met de twee data die de documenten noemen.

- Een boer uit SarıköyDe legenden beginnen met een boek over een andere heilige, de Vilâyetnâme van Hacı Bektaş, dat wordt toegeschreven aan Uzun Firdevsî (gestorven in 1512). Daarin is Yunus een arme boer uit Sarıköy, een dorp bij Sivrihisar.
- Tarwe of een zegenIn zijn armoede loopt hij naar het klooster van Hacı Bektaş in Karahöyük, het huidige Hacıbektaş, om tarwe te vragen. De heilige biedt hem in plaats daarvan een nefes aan, een geestelijke zegen. Yunus houdt vast aan de tarwe en krijgt die, maar keert halverwege de terugweg om: tarwe raakt op, een zegen niet. Te laat, zegt Hacı Bektaş. Die sleutel is nu bij Tapduk Emre.
- Veertig jaar recht houtZo komt Yunus in dienst van Tapduk Emre. Veertig jaar lang draagt hij brandhout naar het klooster, en alleen rechte takken, want in het huis van de heiligen hoort niets kroms thuis.
- “Yunus, spreek!”Op een grote bijeenkomst van derwisjen roept Tapduk driemaal “Yunus, spreek!” tegen een zanger, een andere Yunus, die hem niet hoort. Dan wendt hij zich tot onze Yunus: de tijd is gekomen, spreek jij maar. En Yunus begint in verzen te spreken.
- 1307: een boek vol raadZijn lange leerdicht voor derwisjen, de Risâletü’n-Nushiyye, telt ongeveer 600 tweeregelige strofen en noemt zelf zijn datering: “Târih dahı yedi yüz yedi idi”, het jaar was zevenhonderdzeven. Dat is 707 volgens de islamitische kalender, 1307 volgens de onze.
- Gestorven in 720Een aantekening in een handgeschreven verzamelbundel in de Beyazıt-bibliotheek in Istanbul noemt 720 volgens de islamitische kalender als zijn sterfjaar: 1320–21. Het is het enige gedateerde bericht over zijn leven.
Twee andere vermeldingen maken het beeld ingewikkelder. Oude schrijvers zijn het oneens over waar en wanneer hij leefde: Mecdî en Âşık Çelebi situeren hem in de omgeving van Bolu. Taşköprizâde plaatst hem onder sultan Bayezid I, zo’n 70 jaar na zijn dood. Een grondregister uit Konya uit 1518 noemt bovendien een Yunus Emre die land had gekocht in Lârende, het huidige Karaman, en het aan zijn zoon İsmail naliet. Of die man de dichter was, is niet bekend.
Zijn sterfjaar blijft wel overeind. Toen de historicus Adnan Erzi de aantekening uit Beyazıt in 1950 publiceerde, aanvaardden de meeste geleerden, onder wie Fuad Köprülü, 1320. Welk geboortejaar de aantekening geeft, hangt af van de lezing: Erzi las 648 en een levensduur van 72 jaar (geboren in 1250–51); de TDV-encyclopedie geeft 638 en 82 jaar (geboren in 1240–41).
Elf graven, één dichter
Minstens elf plaatsen in Turkije zeggen dat Yunus Emre er begraven ligt, en in Azerbeidzjan is een heiligdom aan hem gewijd. Zulke graven markeren meestal waar hij geliefd was en werd herdacht, niet waar hij ligt. Kies een plaats op de kaart of blader erdoorheen.
Sarıköy nu het dorp Yunusemre, Mihalıççık, Eskişehir
Het dorp uit de legenden. In de Vilâyetnâme is Yunus hier boer en ligt zijn graf in de buurt. Oudere schrijvers stemmen daarmee overeen: Lâmiî situeerde het in de 16e eeuw aan de rivier van Kütahya, de Porsuk, vlak bij de monding in de Sakarya. Daar ligt het dorp. Het graf werd op 6 mei 1946 geopend omdat de spoorlijn Ankara–Eskişehir eroverheen zou lopen; sinds 1970 liggen de overblijfselen in een nieuw grafmonument. Köprülü, Gölpınarlı en Timurtaş beschouwden dit alle drie als zijn graf.
Emremsultan een dorp bij Nallıhan, Ankara
Men vermoedt dat het klooster van Tapduk Emre hier stond, bij de Sakarya. Hier situeren onderzoekers de jaren die Yunus als zijn derwisj doorbracht: de veertig jaar uit de brandhoutlegende. Het dorp heeft ook een graf dat aan hem wordt toegeschreven.
Bolu een stad in de heuvels van Noordwest-Anatolië
Twee schrijvers uit de 16e eeuw situeren hem in deze omgeving. Volgens Mecdî woonde Yunus bij Bolu, terwijl zijn meester Tapduk aan de Sakarya woonde. De dichtersbiograaf Âşık Çelebi noemt hem een man uit Bolu.
Hacıbektaş Karahöyük in de legende, Nevşehir
In de legende loopt Yunus hierheen, naar het klooster van Hacı Bektaş, om tarwe te vragen. In plaats daarvan krijgt hij een zegen aangeboden. Het dorp heette toen Sulucakarahöyük; nu is het de plaats Hacıbektaş.
Konya de stad van Mevlânâ Rûmî
Mevlânâ Celâleddîn Rûmî gaf hier les en stierf hier in 1273. Volgens een verhaal dat al eeuwen wordt verteld, ontmoette Yunus hem en vond hij zijn lange gedicht, de Mesnevî, te lang: hij zou het hebben gezegd met “Ik hulde mij in vlees en been en verscheen als Yunus”. In een van zijn gedichten, nummer 178, staat een vergelijkbare regel. De ontmoeting is een legende, geen gedocumenteerd feit.
Karaman Lârende in oude documenten
Een grondregister uit Konya uit 1518 vermeldt dat een Yunus Emre hier land met de naam Yerce kocht van İbrahim Bey van de Karamaniden, en dat het overging op zijn kinderen. Of deze Yunus de dichter was, is niet bekend. Ook Karaman heeft een graf dat aan hem wordt toegeschreven.
Bursa een vroege Ottomaanse hoofdstad
Bursa heeft een graf dat aan hem wordt toegeschreven. Hier woonde ook een andere dichter die zijn gedichten met Yunus ondertekende: Âşık Yunus, die vroeg in de 15e eeuw stierf. Kopiisten haalden de twee door elkaar, en tekstbezorgers zoeken nog steeds uit welke gedichten bij wie horen.
Ortaköy Ziyarettepe, Aksaray
Een tombe op de heuvel Ziyarettepe draagt zijn naam.
Kula het dorp Emresultan, Manisa
Het dorp Emresultan in het district Kula heeft een graf dat aan hem wordt toegeschreven. De kaartmarkering staat bij Kula.
Dutçu ook geschreven als Düzcü, een dorp in Erzurum
Een openluchtgraf in het dorp draagt zijn naam, ver ten oosten van de plaatsen uit de legenden. De kaartmarkering staat bij Erzurum.
Keçiborlu Isparta
Keçiborlu heeft een graf dat aan hem wordt toegeschreven.
Sandıklı Afyonkarahisar
De tombe hier is een makam: een plek die zijn herinnering levend houdt, zonder dat zijn lichaam er hoeft te liggen.
Ünye aan de Zwarte Zeekust
Ünye heeft een graf dat aan hem wordt toegeschreven.
Sivas Centraal-Anatolië
Sivas heeft een graf dat aan hem wordt toegeschreven.
Qax Gâh, in Azerbeidzjan
Geen graf, maar een makam, een heiligdom ter nagedachtenis aan hem. Mustafa Tatcı oppert dat Yunus mogelijk langs deze route heeft gereisd, tussen Anatolië, Tabriz en Nachitsjevan.

Voor Sarıköy zijn de aanwijzingen het sterkst. De legenden situeren hem daar, schrijvers vanaf de 16e eeuw zijn het daarmee eens, en drie van de geleerden die hem het uitvoerigst bestudeerden, Fuad Köprülü, Abdülbaki Gölpınarlı en Faruk Kadri Timurtaş, aanvaardden die plaats. Het graf werd op 6 mei 1946 geopend omdat de nieuwe spoorlijn Ankara–Eskişehir eroverheen zou lopen. De overblijfselen gingen naar een tijdelijk graf en in 1970 naar het grafmonument dat nu in het dorp staat.
De enige gedateerde aantekening
720 = 1320–21
Een aantekening in een handschrift in de Beyazıt-bibliotheek is het enige gedateerde bericht over zijn leven. Ze vermeldt zijn dood in het jaar 720 volgens de islamitische kalender. De meeste jaartallen die je tegenkomt, zijn daarop gebaseerd, en toch verschillen ze: UNESCO vermeldde 1241–1321 als zijn levensjaren, de bankbiljettenpagina van de centrale bank geeft 1238–1320 en de TDV-encyclopedie geeft 1240–41 tot 1320.
Hoe de gedichten bewaard bleven
Yunus liet geen boek in zijn eigen handschrift na. Zijn gedichten werden mondeling doorgegeven: derwisjen leerden ze uit het hoofd en zongen ze. Vanaf de 14e eeuw namen rondtrekkende derwisjen ze met de Ottomaanse veroveringen mee naar het westen, tot op de Balkan.

De bewaard gebleven afschriften beginnen al vroeg. De oudste afschriften van zijn Divan gaan mogelijk terug tot de 14e eeuw: het Ritter-afschrift (14e eeuw), het Raif Yelkenci-afschrift (14e of 15e), het Fâtih-afschrift (waarschijnlijk 15e), het Yahyâ Efendi-afschrift (16e) en het Nuruosmaniye-afschrift, gedateerd 1540. Zijn hymnen staan ook in poëzieschriften, waaronder een uit 1480 in Griekse letters, en in een Latijns boek over de Turken van György, een Hongaar die in de tijd van Murad II gevangen werd gehouden. Daarin staan twee hymnen die met Yunus zijn ondertekend.
De gedichten die hij verbrandde, lezen de engelen; die hij verdronk, de vissen; de rest lezen wij.
Zo eindigt een bekende legende. Yunus maakte 3.000 gedichten, vertelt het verhaal, en een geloofsijveraar genaamd Molla Kasım toetste ze aan de religieuze wet. Hij verbrandde er duizend en wierp er duizend in het water. Toen stuitte hij op een tweeregelige strofe die hem bij naam noemde: “er zal een Molla Kasım komen om je ter verantwoording te roepen”. Hij hield op en kreeg berouw. Die strofe staat niet in de editie die wij gebruiken.
Het overschrijven bracht fouten met zich mee: gedichten werden in tweeën gesplitst, strofen verwisseld en gedichten van andere dichters die als Yunus ondertekenden, slopen ertussen. Elke editie moet dus keuzes maken. Burhan Toprak drukte 355 gedichten af in 1933–34, maar besloot later dat er slechts 115 van Yunus Emre konden zijn. De kritische editie van Mustafa Tatcı (1990, herzien in 2008) vergelijkt de handschriften regel voor regel, onderscheidt zijn werk van dat van Âşık Yunus en behoudt 417 gedichten: 138 in aruz, de versmaat met lange en korte lettergrepen uit de Perzische en Arabische poëzie, en de rest in hece, de Turkse lettergreeptelling.
Drie beweringen, nagelopen
Sommige dingen die over hem worden gezegd, kloppen, andere zijn half waar of alleen verhalen. Tik op een kaart om drie veelgehoorde beweringen na te lopen.
“UNESCO riep 1991 uit tot het Internationale Jaar van Yunus Emre.”
Niet in die woorden. In 1989 stelde de Algemene Conferentie van UNESCO vast dat 1991 zijn 750e geboortejaar zou zijn en nodigde ze de lidstaten uit dit samen te vieren (resolutie 15.232). De resolutie spreekt van een herdenking, niet van een jaar dat naar hem is vernoemd.
“Elk gedicht dat met Yunus is ondertekend, is van Yunus Emre.”
Nee. Andere dichters gebruikten die naam ook, vooral Âşık Yunus uit Bursa, die vroeg in de 15e eeuw stierf. Kopiisten haalden hun gedichten door elkaar. Burhan Toprak drukte 355 gedichten af in 1933–34, maar besloot later dat er slechts 115 van Yunus Emre konden zijn. Tatcı’s editie behoudt er 417.
“Hij kon niet lezen of schrijven.”
Dat schreef de 16e-eeuwse biograaf Âşık Çelebi. De onderzoeker Abdülbaki Gölpınarlı merkte op dat Yunus genoeg Perzisch kende om Sa‘dî en Rûmî te vertalen. Zijn gedichten spreken ook van de vier heilige boeken en de letter alif, zoals gedicht 91 hierboven.
Vandaag herdacht
Zevenhonderd jaar later draagt een instituut zijn naam, staat hij op een bankbiljet en is hij verbonden aan twee UNESCO-herdenkingen.
750 jaar na zijn geboorte
De Algemene Conferentie van UNESCO nodigde de lidstaten uit de herdenking samen te vieren en vroeg om publicatie van de bijdragen aan het symposium van 1991 (resolutie 15.232, 1989).
700 jaar na zijn dood
Op de UNESCO-lijst van herdenkingen voor 2020–2021 als “dichter en soefifilosoof (1241–1321)”, voorgedragen door Turkije samen met Azerbeidzjan, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië en Oezbekistan.
Het Jaar van Yunus Emre en het Turks
Een presidentiële circulaire van 29 januari 2021, de volgende dag gepubliceerd in de Resmî Gazete, maakte 2021 tot het Jaar van Yunus Emre en de Turkse Taal.
Het Yunus Emre-instituut
De Yunus Emre-stichting en haar instituut zijn opgericht bij wet 5653 van mei 2007. Ze beheren culturele centra in het buitenland en geven Turkse les. Hun motto, “Gelin tanış olalım”, grijpt terug op gedicht 103: “Kom, laten we elkaar leren kennen.”
Het biljet van 200 lira
Op het bankbiljet van 200 lira uit de serie die sinds 1 januari 2009 in omloop is, staat Yunus Emre. De pagina van de centrale bank vermeldt 1238–1320 als zijn levensjaren.
Een Yunus Emre-jaar in eigen land
Het ministerie van Cultuur en Toerisme en het provinciebestuur van Eskişehir, de provincie waarin Sarıköy ligt, riepen 2013 uit tot Yunus Emre-jaar, met een toneelstuk en een romanwedstrijd.
Voor een dichter uit de 20e eeuw die ook in eenvoudig Turks over liefde schreef, lees je onze gids bij de gedichten van Nazım Hikmet.
Vragen van lezers
Wanneer leefde Yunus Emre?
Hij stierf in 720 volgens de islamitische kalender, 1320 of 1321, volgens de enige gedateerde aantekening over zijn leven. Zijn geboortejaar is minder zeker: rond 1240 of rond 1250, afhankelijk van hoe die aantekening wordt gelezen. Sommige oudere schrijvers situeerden hem een eeuw of meer later; de gedateerde aantekening, gepubliceerd in 1950, maakte daar een einde aan.
Waar is hij geboren?
Geen enkele bron geeft uitsluitsel. De legenden maken hem tot een boer uit Sarıköy bij Sivrihisar; twee schrijvers uit de 16e eeuw situeren hem in de omgeving van Bolu. Onderzoekers zijn het erover eens dat hij ergens rond de Sakarya in Centraal-Anatolië leefde en zijn jaren als derwisj doorbracht in het klooster van Tapduk Emre bij Nallıhan.
Schreef hij “Yaratılanı severiz, Yaratandan ötürü”?
We hebben alle 417 gedichten uit Tatcı’s editie doorzocht en geen vergelijkbare regel gevonden. Hij wordt overal onder zijn naam aangehaald (“we houden van het geschapene omwille van de Schepper”), maar komt niet uit zijn Divan zoals die in de handschriften is overgeleverd.
Met welke gedichten begin ik?
Begin met ‘Işkun aldı benden beni (Alleen jij), het liefdesgedicht waarvan elke strofe eindigt met “jou heb ik nodig, alleen jou”, en met gedicht 103, met de regel “kom, laten we elkaar leren kennen”. Beide staan hierboven in hun geheel.
In welke taal schreef hij?
In het Turks van het Anatolië van de 13e en 14e eeuw, toen veel geleerde poëzie in Anatolië in het Perzisch werd geschreven, zoals die van Rûmî. Een Turkse lezer kan er vandaag veel van volgen, al zijn de oude vormen even wennen: ‘ışk voor aşk (liefde), gelün voor gelin (kom), idelüm voor edelim (laten we maken).
Waar lees ik al zijn gedichten in het Turks?
In Mustafa Tatcı’s kritische editie van de Divan, met 417 gedichten en bij elk gedicht de onderliggende handschriften. Het ministerie van Cultuur en Toerisme heeft die ook als e-boek uitgegeven. Eerdere edities van Abdülbaki Gölpınarlı en Faruk Kadri Timurtaş (326 gedichten in zijn laatste editie) wijken er op sommige punten van af.
Bronnen
De Turkse gedichten volgen de kritische tekst van Mustafa Tatcı precies zoals die in de editie staat, inclusief de spelling. Bij elk gedicht staan de onderliggende handschriften. De Nederlandse vertalingen en de uitspraakhulp hebben we zelf regel voor regel gemaakt met de woordenlijst van de editie. De woordfrequenties zijn onze eigen tellingen in de 417 gedichten van de editie. Waar bronnen verschillen, over zijn levensjaren of zijn graf, geven we beide lezingen en vermelden we wie wat zegt. Deze gids behandelt de muziek van zijn hymnen niet, en noemt van zijn lange leerdicht, de Risâletü’n-Nushiyye, alleen de datering.
- Yûnus Emre, door Mustafa Tatcı — TDV İslâm Ansiklopedisi, deel 43 (2013), geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Yunus Emre Divanı, kritische tekst van Mustafa Tatcı (e-boekpagina, gearchiveerd exemplaar) — E-boekbibliotheek van het ministerie van Cultuur en Toerisme, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Adnan Erzi over de gedateerde aantekening over het leven van Yunus Emre, Belleten XIV/53 (1950) — Türk Tarih Kurumu, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Hacı Bektâş-ı Velî — TDV İslâm Ansiklopedisi, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Verslagen van de Algemene Conferentie, 25e zitting (1989), resoluties: 15.232 — UNESCO-webarchief, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Herdenkingen voor 2020–2021, aanbevolen door de Uitvoerende Raad tijdens zijn 206e zitting (gearchiveerd exemplaar) — UNESCO, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Genelge 2021/1: 2021 Yılının Yunus Emre ve Türkçe Yılı Olarak Kutlanması — Resmî Gazete nr. 31380, 30 januari 2021, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Wet 5653 over de Yunus Emre-stichting (2007) — mevzuat.gov.tr, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Over het Yunus Emre-instituut — Yunus Emre-instituut, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Personen op Turkse lirabankbiljetten uit emissiegroep E9 — Centrale Bank van de Republiek Turkije, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Landsgrenzen en rivieren (kaart) — Natural Earth, geraadpleegd op 15 oktober 2026
- Locaties van plaatsen (kaart) — OpenStreetMap-bijdragers, geraadpleegd op 15 oktober 2026
De illustraties zijn voor deze gids getekend. Ze tonen niet Yunus Emre of een andere echte persoon. De tekens op de afbeelding van het handschrift zijn geen echt schrift.


